 |
|
|
Elodie Heloise [41] leeft en werkt op Curacao. Ze schrijft verhalen, artikelen en houdt een weblog bij. Meer van Elodie op haar weblog.
|
|
|
|
|
Curacao verhaal
|
 |
|
Roadtrip
Antonia rijdt door de heuvels van Band’abou. Ze ziet een warawara over het wegdek scheren. De top van de Christoffelberg verrijst als een grijze man tussen het jonge groen. De bloeiende kibra hacha strooit met goud. Antonia volgt de golvende weg en voelt mieren in haar buik. Dat misselijkmakende gevoel van nerveuze fascinatie voor het dal achter de heuvel, ze was vergeten hoe dat was. Vroeger reed ze hier met haar vriendinnen. Een troep joelende meiden in een oude jeep, als gekken vliegend over de weg. Een rammelende djùk achterin. Coca cola en Mirinda flesjes op ijs, Johnny cake in een bruine papieren zak. Antonia lacht om de leguaan die haar met zijn zwiepende staart van de weg probeert te meppen. Zag ze dat vroeger ook? Het lijkt dat wat zij nu ziet scherper omlijst is dan toen. Antonia rijdt door naar Playa Jeremi. Een zoete herinnering aan haar eerste kus. Bovenop de klip kijkt ze naar beneden. Bruine steentjes, een blauwe zee en de lokale bevolking. Oh ja, zo was het. Ze speurt het strand af en ziet een schaduwplek. Even later ligt ze in zee. Het is zo helder dat ze haar tenen kan zien. Ja, dit herkent ze. "He, makamba," schreeuwt iemand. "Dit is onze zee. Ga jij maar lekker zwemmen in dat smerige koude water van de Noordzee." De woorden komen vanonder een palapa vandaan. Het ligt er bezaaid met plastic bordjes en cups. Antonia verstijft in het water. Er is hier geen makamba. Tegen wie schreeuwt die vrouw? En waarom voelt zij zich aangesproken? Omdat ze al tien jaar in Nederland woont? Zich geen echte yu di tera meer noemen mag? Iets verderop dobbert een oudere dame. Op haar blijkt de aantijging gericht. Lachend komt de vrouw overeind. "He, Maria," schreeuwt ze terug terwijl ze op de rotzooi rond de palapa wijst. "Jij zou ook eens een paar jaar naar Nederland moeten. Dan leer je misschien waarderen wat je hebt."
|
|
|
|
|
|