|
|
|
|
|
Broers
Randal is de vader van Tito, Sherman die van Joel en Maikel is de zoon van Hosé. Tenminste dat vermoeden ze. Tito krijgt rond zijn verjaardag altijd een pakje ‘Van Randal’ bezorgd. Joel heeft een foto van een op hem gelijkend gezicht. ‘Sherman’ staat er achterop. En ene Hosé gooit eens in de zoveel maanden een envelop ‘voor Maikel’ in de bus. Randal, Joel en Maikel zijn verbonden door dezelfde buik. Die van Jadira Schotberg, eens de prinses van Santa Rosa, die smachtte naar een man. Ze danste, flirtte, schudde, ze genoot. Maar daarvan kreeg zij niets dan zonen. Geen papi, geen dushi, geen echtgenoot. Na Randal deed Jadira niets als huilen, na Sherman sloeg ze alles kapot, na Hosé werd ze bitter en stil. Tito troostte haar, Joel ruimde haar rommel op en Maikel was heel zoet. Tot Jadira weer lachen kon ‘ik heb drie mannen’ en dan was even alles goed. Maar het smachten zat in haar bloed.
De veelbelovende George kwam. Zo anders en bijzonder, een serieuze verantwoordelijke man. Het nieuws van haar zwangerschap had hem echter nogal verrast. Hij zag haar wel, maar een kind niet zitten. In Cuba woont hij nu. Jadira is ontroostbaar. In haar kamer sluit ze zich op. Tito, Joel en Maikel sluipen door de vertrekken. Ze koken en ze wassen. Ze poetsen, ze smeren brood. En ze hopen dat het alstublieft niet een meisje wordt.
|
|
|
|