|
Sport
Ik ga naar een sportschool. Al jarenlang. Ik ben er net voor mijn veertigste mee begonnen en kom er waarschijnlijk nooit meer vanaf. Omdat ik altijd wel iets beters heb te doen, is er een vriendin die trouw op dezelfde dagen met mij mee gaat. En ik met haar. Zo doen we elkaar een plezier.
Het werkt, want als een van ons een keer niet kan, gaat de ander in negen van de tien gevallen ook niet. We lossen dit op door altijd te gaan. Zo bewijzen we elkaar een dienst. Op Curaçao ga ik ook naar een sportschool. Op het eiland heb ik vriendinnen, maar geen enkele hiervan voelt zich geroepen om rond de klok van zeven met mij naar de sportschool te tuffen. Toch gaat het hier vanzelf. Ik word wakker, zet koffie, eet een boterham en vertrek spoorslags naar het Hilton.
Waarom, vraag ik me dan al zwoegend af, gaat het op Curaçao vanzelf en moet ik me in België naar de gym slepen? Zou het komen doordat ik ’s morgens mijn winterjack en handschoenen kan thuislaten of dat ik hartelijk wordt begroet door allerlei mensen die ook al vroeg op pad zijn en weten dat er nog een mooie dag voor hen ligt? Het speelt mee, ik geeft het toe. Maar wat mij elke keer betovert op de vroege ochtend is het uitzicht vanaf mijn loopband of crosstrainer. In België kijk ik uit op een betonnen wegdek, voorbij razende auto’s en de rode bakstenen muren van de huizen aan de overkant. Op Curaçao kan ik me vergapen aan Amerikaanse televisiezenders, maar dat laat me absoluut koud. Ik kijk elke dag weer met verwondering naar de Caribische zee. Wat een geweldig uitzicht, denk ik dan. Ik zing in mezelf en zet er nog een tandje bij.
|
|