|
|
Een fragment uit één van de brieven
geschreven door Maria Muller aan haar kinderen en boezemvriend.
Maria is psychopedagoog op Curaçao.
|
|
|
|
|
"Mijn verjaardag begon als zo'n mooie vredige ochtend. Er was praktisch nog geen verkeer op de weg toen ik in een zondagsgangetje met mijn kever naar Daaibooi reed. Genietend van ons nog overwegend slapende eiland. Aan de baai was niemand. Ik ging het water in om naar de zon te kijken die, in deze tijd van het jaar, zo verrassend van achter de heuvels omhoog klimt. Ik liet me zalig drijven met de stroom mee. Dan weer lekker een stukje stevig doorzwemmen. En weer drijvend mijmeren, gekoesterd door het zachte ochtendlicht. Ik voelde me geheel één. Gedragen door de zee. Ik voelde ook mijn pietepeuterigheid als klein mensje in die grote oceaan. Tegelijkertijd voelde ik me als een golfje, dus ook déél van diezelfde oceaan, deel van iets groters dan ikzelf... Ik zwom weer op mijn buik en vóór mij zag ik, vlak onder de oppervlakte, een grote schaduw. Ik wist meteen dat het geen weerspiegeling van stenen of koralen van de bodem kon zijn, want daarvoor was het daar te diep; het leek ook niet op een mens. Ik ging met mijn hoofd wat dieper onder en zwom in de richting van de schaduw. Toen ik weer boven kwam, zag ik op hetzelfde moment een kop omhoog komen om te ademen. Het was een grote zeeschildpad! Ik kéék en hield me zo stil mogelijk. Hij keek ook, en ging niet weg. Hij bleef zo'n beetje bij me zwemmen, cirkelde om mij heen. We zwommen zo een tijdje samen op. Toen dook hij weer naar beneden en verdween. De rest van de dag was een gewone, volle, werkdag voor mij, maar van binnen was ik in de wolken, nagenietend van mijn schitterende verjaardagscadeau."
|
|
|
|